Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Zo snel mogelijk verkleden als Jezus!

Mijn ouders mochten kiezen. De openbare basisschool waar ik les kreeg bood toentertijd, naast het reguliere programma, twee aanvullende vakken. Lessen “humanistisch” en lessen “Godsdienst”. Die laatste werd het.

Ik kan me – nu – heel goed in die keuze verplaatsen. Toen niet. ‘Ja maar Mam, alle leuke kinderen zitten op humanistisch…’ , hielp niets. Voor mijn algemene ontwikkeling zou het heel goed zijn wanneer ik – ondanks mijn atheïstische opvoeding – zou proeven aan de Bijbel. Ouders hebben als je zeven bent altijd gelijk. En ik geloof dat ik het eigenlijk helemaal niet zo erg vond. Leek me uiteindelijk wel wat, die mooie verhalen die mij werden beloofd. Zo hadden mijn ouders zelf de lessen vroeger ook ervaren. Ik hoopte dan ook dat het zou lijken op Opa’s prachtige verhalen. Daar kon ik uren ademloos naar luisteren én stil zitten, een hele prestatie.

Helaas, het bleek een diepe deceptie. Dat had veel te maken met het feit dat onze stoffige bijbeljuf een oranje dobbelsteen op steroïden in het midden van de kring legde, naast een berg vunzig textiel (waarvan de toepassing later pijnlijk duidelijk werd) en erbij vertelde dat de eerste die een zes wist te gooien naar het midden mocht. Als ik toen in de wetenschap had geleefd dat ik over zoveel geluk in het spel beschikte, had ik een staatslot gekocht. Of althans, mijn moeder. Ik gooide namelijk een zes. Verdorie. Dat smoezelige excuus voor een gordijn bleek ik zo snel mogelijk aan te moeten trekken. Tezamen met een dito flard voor op mijn – te kleine – hoofd en een rond zwart ding dat de boel op zijn plaats zou moeten houden. Jippie, ik was Jezus! En als ik het nou maar snel genoeg deed – voordat het volgende slachtoffer een zes gooide – had ik gewonnen. Geen idee wát ik dan gewonnen had, maar ik had heus gewonnen.

Een week later zat ik op humanistisch, alwaar ik – alsmede de rest van de meisjes in onze klas – gevraagd werd om toch vooral thuis eens een spiegeltje te pakken en die tussen onze benen te schuiven zodat wij ook eens goed konden zien hoe wij er daaronder uitzagen. ‘De jongetjes kunnen het zonder spiegel, maar wij kunnen dat niet’, sprak de zelfs voor randstedelijke begrippen alternatieve juf (met paars stekelhaar geloof ik).

‘Ja maar Mam, alle leuke kinderen zitten op Godsdienst…’

Comments are closed.