Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Wachtkamerleed

Het komt niet zelden voor dat ik in een wachtkamer zit. Voor een afspraak. Laten we zeggen; bij een arts. Daar zit je natuurlijk sowieso nooit voor je lol. Althans, daar ga ik tenminste vanuit. En als ik er zit, valt een aantal dingen mij op. Steevast. Van wachtkamers in het algemeen, en die van artsen in het bijzonder. Zoals bijvoorbeeld het feit dat niet iedereen even netjes opgevoed is. Dat wil zeggen; niet iedereen groet even – al dan niet vriendelijk – bij binnenkomst en vertrek. Maar dat kan ook aan mijn ouderwetse instelling liggen. En in alle eerlijkheid; daar kan de wachtkamer in kwestie ook niets aan doen.

Andere ergernissen herkent u vast. En juist daarom is het zo gek dat daarin maar geen verandering lijkt te komen. Een bloemlezing, vinkt u maar even mee:

  • De receptionist die wel – daar mag je toch vanuit gaan – geïnstrueerd is om klantvriendelijkheid te betrachten ziet je vanzelfsprekend al een poos zitten, maar verzuimt veelal je bestaan te erkennen.
  • Om alles ‘makkelijk schoon te houden’ is het interieur vaak uit gladde materialen opgetrokken. Lees; kunststof. Ironisch genoeg is het dan weer zelden echt schoon.
  • Wachtkamerlectuur is hilarisch. Zo las ik kort geleden dat Balkenende II is gevallen.
  • Er hangt altijd iets onooglijks aan de muur. En overwegend scheef.
  • Achtergrondmuziek. Niet te beïnvloeden noch te negeren geestdodende muzak.
  • Er zijn zelden of nooit prullenbakken.
  • Het is er of heel warm, of heel koud.
  • Stoeltjes zijn te klein, te hard en staan te dicht naast elkaar.
  • De kapstok heeft 4 haakjes. De wachtkamer 12 stoelen.
  • Er hangt een rek  – met foldertjes erin – waar op staat ‘om mee te nemen’. Er komt een dag waarop ik daadwerkelijk met dat rek onder mijn arm wegloop. Taalkundige muiterij, zo gezegd.
  • Het stinkt.
  • Er flikkert een TL-buis.
  • Je zit er altijd langer dan je wil. Al-tijd. En daarom valt het grootste deel van de opsomming ook zo op.

U mag mij een zeurpiet vinden (in de oorspronkelijke zin des woords, Sinterklaastaferelen buiten beschouwing gelaten). Maar als zo’n wachtkamer nou de eerste kennismaking van de klant is met u en uw dienstverlening (want artsen; patiënten zijn klanten), dan besteedt u daar toch iets meer aandacht aan? Dan legt u toch iets recentere kranten en tijdschriften neer? Dan verdiept u zich toch in de klant als mens, en waar zo’n klant behoefte aan heeft? Dan zorgt u toch dat uw wachtende klant lekker kan zitten? Dat het schoon is? Dat-ie zich op z’n gemak voelt? Dat het op z’n minst geen extra ergernissen opwekt, die wachtkamer van u? Toch? In de context van een ziekenhuissetting is ‘klantenbinding’ een gevaarlijke term, maar los van uw medische expertise maakt u toch graag het verschil?

Maar heren en dames artsen; de belangrijkste tegemoetkoming – neemt u dat van mij niet alleen als kwaliteitsdeformant maar vooral als patiënt aan – is een fatsoenlijke planning. Een sluitende. In elk geval zo sluitend mogelijk. U loopt namelijk altijd uit. Geen uitzonderingen. En als dat de norm is, uitlopen, dan is er dus structureel iets mis. Uw patiënten klagen. Echt hoor. De weinige gesprekken die je hebt in een wachtkamer gaan over uitlopen. U heeft uitloopspreekuren, zogezegd. En wij verenigen ons in de klachtkamer. Dus als u acute verbeterbereidheid op voelt komen, belt u ons dan even. Daar hebben we een probaat middel voor.

 

Comments are closed.