Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Stil

Het stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Ook al is dat precies het verkeerde woord ervoor, verlanglijstje. Tijdens een recente stedentrip bezocht ik Krakau. Prachtig. Maar daarbij hoort – wat mij betreft – een bezoek aan voormalig vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Geenszins prachtig. Indrukwekkend, aangrijpend, overweldigend. En toch dekken deze woorden de lading niet.

We kozen voor een georganiseerd bezoek, dat werd ons immers sterk aangeraden. Dan begint zo’n bezoek met een busreis. Een minibusje haalt ons op bij het hotel en moet ons naar een overstappunt brengen. We delen het busje met een Amerikaans stel. Zij slaan een kruisje wanneer de Poolse chauffeur voor de zoveelste keer met een griezelige vaart over een voorrangskruising vliegt. Het gaat net goed. Als we zijn uitgestapt en op de grote bus wachten, rijdt een andere touringcar ons op een haar na uit de schoenen. Daar kon geen krant meer tussen. ‘Alles staat vandaag in het teken van het waarderen van je eigen leven’, grapt de Amerikaan. We stappen over.

Op de heenweg wordt ons een film getoond over de Poolse slachtoffers van de oorlog. Niets nieuws. We kennen allemaal de beelden, maar het went nooit. En gelukkig maar. Als we zijn gearriveerd is het vrij helder dat we de enigen niet zijn. De hele parking is overladen met groepen toeristen die allen in een gelijksoortige autobus zijn aangekomen. Wat met name opvalt is het scala aan nationaliteiten.

Groepssticker

We krijgen een sticker. Zo worden we door onze gids goed herkend en kunnen we als groep geduid worden. Velen plakken die als vanzelfsprekend op hun borst. In het licht van de geschiedenis en locatie vond ik dat op zijn minst curieus. Onze gids geeft ons ook een koptelefoon die we kunnen aansluiten op een portofoon die alleen kan ontvangen. We stellen ze af op frequentie ‘3’, zodat we haar kunnen verstaan. Ik vind op dat moment mijn Apple earphones toch net iets hygiënischer en gebruik deze in plaats van de bijgeleverde koptelefoon. Dan realiseer ik me ineens waar ik me druk over maak.

De gids loopt stevig door en voor we het weten staan we al voor de beruchte poort waarop het akelig misleidende ‘Arbeit macht frei’ valt te lezen. Ik herken het van de vele films en boeken, maar vreemd genoeg lijkt het in het echt kleiner. Die indruk zal ik later bijstellen. Ik heb de openingszinnen van de gids gemist, geen idee wat ze gezegd heeft. Ik probeer de omgeving in me op te nemen. Het is een beklemmende ervaring. En we zijn nog niet eens binnen.

Historisch besef

De enorme drukte ontneemt me het gevoel van overweldiging enigszins en eigenlijk stoort het me. De bovenmatige aanwas van bezoekers grenst wat mij betreft aan het respectvolle en ik voel me een ramptoerist. Voyeurist op zijn minst. Maar net als vele anderen bezoek ik Auschwitz uit eerbied. Zo niet de klas die het kamp bezoekt bij wijze van obligate schoolreis. De lacune in hun historisch besef lijkt episch. Ze maken lawaai en rennen lachend langs de binnenplaats die een stille getuige was van martelingen en terechtstellingen. Niemand roept ze tot de orde. Ik kijk boos en verontwaardigd, maar grijp ook niet in. Wij zijn stil. Zoals het hoort. De afstand tussen ons en klas wordt stilaan groter, even geen stoorzenders meer.

Kinderschoentjes

De gids verzoekt met klem geen foto’s te maken. Binnen nergens foto’s van maken. De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes. Vreemd dat een groot aantal van de bezoekers haar verzoek ijskoud negeert. Ze flitsen driftig met hun camera’s, alsof hun leven ervan afhangt. De eigenaardige geur in de ruimte waar het haar ten toon wordt gesteld blijkt bij navraag ‘formaldehyde’ te zijn, dit moet de haren preserveren.

Racen langs Mengele

We worden nogal vluchtig door de stenen barakken geloodst die nu ingericht zijn als museum. Langs de ‘Doodsbarak’ van Mengele, waar hij zijn wrede experimenten uitvoerde. Langs de ‘Strafbarak’, alwaar we sta-cellen aanschouwen van nog geen vierkante meter waarin vier gevangen tegelijk, soms dagen achtereen, werden opgesloten. Het heeft alle schijn van afraffelen. Dat schiet ook de jongeman achter mij in het verkeerde keelgat. Hij vraagt met een sterk Jiddisch accent vriendelijk doch met klem om het iets rustiger aan te doen. De gids verzorgt de rondleiding meermaals per dag, maar wij zijn er voor het eerst. Ook het feit dat ze wegens haar gebrekkige Engels het consequent over proehsanners heeft wanneer ze aan de gevangenen refereert wekt bij de groep ergernis. Maar dat ze de nadruk op de geslachtofferde Poolse intellectuelen blijft leggen en opvallend weinig over het Joods verlies spreekt stoort eerder genoemde jongeman wellicht nog het meest. En ik begrijp hem.

Langzaam sterven

We krijgen de mogelijkheid om een gaskamer te bezichtigen. Deze gaskamer werd toentertijd al snel buiten gebruik gesteld. Het was te klein. Om dit capaciteitsprobleem op te lossen werd Auschwitz II (Birkenau) gerealiseerd. Niet iedereen loopt naar binnen. Bij het betreden kijk ik automatisch naar boven. Ik tel de gaten. Hier vielen de Zyklon B kristallen naar beneden om bij de juiste temperatuur het dodelijke gas te vormen. En wat mij eerder niet bekend was; dat kon soms even duren. Ook het sterven duurde lang. Soms wel een half uur en in het ergste geval stierven de slachtoffers niet, maar werden ze – tegelijk met de doden – levend verbrand in het aangrenzende crematorium, genadeloos. Gelukkig is iedereen hier wel stil en neemt niemand foto’s. De ruimte is gevuld met bloemen en kaarsjes. Mijn eigen kaarsje wil ik hier niet branden.

Honger in de pauze

Bijzonder ontdaan loop ik richting parkeerplaats. Tijd voor pauze zegt de gids. Wat een stupide timing. Alsof iemand nog trek heeft in een kop koffie. Mis. Er blijken meer dan genoeg mensen rond te lopen met een gezonde eetlust. Zelfs het matige Poolse eten heeft gretig aftrek. Ik zit er een beetje ontredderd bij en voer de vogeltjes, sta vandaag mijn broodje aan hen af.

Omvang van de gruwel

Terug in de bus. We rijden naar Birkenau, parallel aan de spoorlijn. De grote poort – die ook iedereen kent van de vele verfilmingen – doemt voor ons op en is ontzagwekkend. Als we uitstappen en ik door het van prikkeldraad vervaardigde hekwerk kijk, probeer ik een schatting te maken van de totale afmeting van het kamp. Zelfs op deze heldere dag is de overzijde nauwelijks zichtbaar. Zo groot. Zo onvoorstelbaar groot. Pas nu dringt de ware omvang van de gruwel echt goed tot me door. Je moet er zijn om het te bevatten, voor zover dat lukt.

Geen vogels. We horen alleen de wind. Het is desolaat. Natuurlijk heeft de gids haast, dus hebben we slechts de tijd om een klein aantal houten barakken te bezoeken. Hier verbleven de mannen. De vrouwen waren aan de andere kant van het kamp gehuisvest, in gemetselde barakken. Ze worden gescheiden door het spoor.

Barakken

De atmosfeer in de houten barak is bedompt. En ook al is het een mooie lentedag, het is koud en het tocht enorm. De stenen kachel in de barak werd nooit in gebruik genomen. In geen der barakken. De enorme kieren onder het dak laten met gemak sneeuw, regen en wind door. Het moet ondraaglijk koud geweest zijn. Wat een onvoorstelbare uitzichtloosheid. Als de wind vat krijgt op een van de deuren – die hierop hard dichtslaat – slaakt de groep een collectieve zucht. Het soort zucht waar enige angst in weerklinkt.

Hier vielen de meeste slachtoffers. Hier slaat het verdriet je om het hart. Hier brand ik mijn kaarsje voor de familie Cohen.

De bus moet maar even wachten.

Comments are closed.