Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Maar het is Robert Redford niet

Als het écht hard regent – en ik heb toevallig een keer een goede haardag – ben ik vrijwel altijd de sjaak. Qua parkeerplaatsen. Ik sta dan vaak dichter bij huis geparkeerd dat bij de plaats van bestemming. Feit. Doe je niets aan. Toen ik met een vriend in een nabij gelegen eetcafé had afgesproken kwam er een wolkbreuk van bijkans Bijbelse omvang naar beneden zeilen. Kan je nog zo stoer met je parapluutje proberen droog te blijven, maar dat is natuurlijk volkomen zinloos. Wel komisch. Gerokt en gehakt maakte ik wanhopige en ongetwijfeld onooglijke huppeltjes om de steeds groter wordende plassen te mijden. In een hand de plu, met de andere deed ik een dappere poging dat ding te weerhouden van het dubbelklappen.

Door-weekt.

Ik druppel het overdekte terras op. Bloedheet was het die dag, die bui was in feite welkom, de timing alleen wat lullig. Ik klapper nog een beetje voor de vorm mijn plu uit en lach een beetje gegeneerd om me heen. Volle bak, dat terras. En ik was entertainment.

“Ga effe lekker zitten meisje, krijg je wat te drinken”, hoor ik schuin achter me. Ik bedank vriendelijk voor de eer. “Nee? Dat hoor ik niet vaak. ‘Nee’, tegen mij”. Ik leg ‘em uit dat het niets persoonlijks is (wel! wel!) maar dat er iemand op me zit te wachten. Het woord ‘Nee’ komt in zijn vocabulaire niet voor. Drinken zal ik.

“Heb je een vriend? En kom nou even bij me zitten, je weet niet wat je mist hoor. Zie je dat huis daar?” Hij wijst met zijn obsceen dik beringde vinger naar het grootste, dikste huis aan de plas, in de duurste wijk van Rotterdam. “Dat is mijn huis. Een van mijn huizen eigenlijk. Als je nu besluit wat met me te drinken dan neem ik je mee. Mag jij zeggen waar je naartoe wilt. Tropisch eiland? Duurste hotel in New York? Zeg het maar. Ik neem je mee. In mijn privéjet. Met alle luxe. Je hebt geen idee wat ik je allemaal te bieden heb. Ik heb het zakelijk goed gedaan en daar geniet ik van. Het liefst met een mooie vrouw. Meisje, je hoeft nooit meer te werken. Je krijgt een ongelimiteerde creditcard. Maar eerst gaan we je een nieuwe garderode voor je aanschaffen. Je pumps zijn prachtig, maar aan de rest moeten we nog sleutelen. Welke designers draag je graag? Oh, en we zoeken een mooi autootje voor je uit. Een vrouw van mij moet wel lekker kunnen sturen, natuurlijk. Cabriootje? Iets in de Aston Martin-hoek? ”

(dammit!)

“Diederik (hij had zich al voorgesteld, de nadruk leggend op zijn Patek Phillipe), het is allemaal heel vleiend, denk ik, maar nee dank je. Ik verdien prima mijn eigen geld en belangrijker nog; ik ben reeds bezet. En gelukkig.”

“Iedereen heeft zijn prijs. Die kerel van jou ook. Zeg het maar. Hoeveel wil-ie voor je hebben? Een ton? Heb ik zo voor je over hoor. Bel hem maar. Nu meteen. Maak ik een deal met hem.”

“Zeg, dan heb je net duidelijk gemaakt wat je denkt dat ik ben, is het alleen een kwestie van onderhandelen over de prijs. Ga ik nu naar mijn afspraak, goed? Die wacht op me. Met chocola. Daar word ik pas blij van.”

Ik schud hem vriendelijk de hand en geef ‘em mee dat er genoeg gewillige golddiggertiepjes rondhuppelen in de omgeving. Makkelijker ook, qua prooi.

“Dat zal best, maar ik blijf hier net zo lang zitten tot je terug bent. Je zal het mee maken hoor, je gaat voor me vallen. Als een blok. Er is misschien meer voor nodig, maar ik word nooit geweigerd. Nooit.”

Het is inmiddels gestopt met hozen. Op de weg terug naar mijn auto tref ik een lief glimlachende grijze dame. Op de stoel waar Diederik zat.

Comments are closed.