Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Lensellende

Het is zaterdagavond en ik doe mijn best om er enigszins toonbaar uit te zien. Ik ga straks uit eten. Met een beetje mazzel plak ik er een feestje achteraan. Als fervent brildrager vond ik het de hoogste tijd voor lenzen. Deed ik jaren geleden dagelijks en gedurende mijn briljaren nog sporadisch. Ik heb van die handige wegwerpdingen. Geen gedoe met lenzenvloeistof en altijd hygiënisch. Overigens ook lekker dun, dus je voelt er niets van. Hoewel de eerste oefening – zo’n twaalf jaar geleden bij een lenzenheks – een ware martelgang was, verleer je de routine van het contactlenzen plaatsen nooit. Net als fietsen. Maar dat kan ik eigenlijk ook niet goed.

Ik sta dus volledig op z’n zaterdags uitgedost in de badkamer en leg de eerste lens op het puntje van mijn vinger. Hop, die zit. Goede actie op links. Lens twee ligt gretig op mijn rechtervinger en ‘plop’, ook die zit. Ik knipper wat en wil al op zoek naar de autosleutels. Er overkomt mij ineens een alles overheersende pijn in mijn rechteroog. Ik kan het niet meer openen en het voelt alsof er stukjes glas in zitten. Shit! Hij moet er uit. Nu. Desnoods met oog en al maar het MOET er uit. Ik heb zeker een minuut of 10 staan fröbelen, maar met geen mogelijkheid lukte het om dat ellendige ding er uit te krijgen. Daar waar vroeger een oog zat, zit nu een bonkende rode hoop ellende. Niemand thuis behalve de hond, die op zijn beurt in 35 kilo paniek verandert wegens vervroegd vuurwerk. Er zit niets anders op; Papa inschakelen. “Pap, er is een lens gebroken in mijn oog, die moet er uit. Wil jij er even naar kijken en me anders even naar de EHBO rijden?” Hij staat binnen een nanoseconde voor de deur, kan zelf niet helpen dus rijdt me met een bloedvaart naar de eerste hulp.

Waarom zijn er overigens geen parkeerplaatsen voor de deur van een EHBO? Heel gek, maar dit terzijde. Het ziekenhuis blijkt me niet te kunnen helpen omdat ze daar de juiste apparatuur niet voor hebben. “Weet u de weg naar het oogziekenhuis, mevrouw?”

Ook bij het oogziekenhuis geen gereserveerde parkeerplaatsen, maar mijn vader heeft de griezelige gave altijd een plaats voor de deur te hebben. Hij neemt me mee aan de arm en loodst me de ontvangstruimte in. “Goedenavond, heeft u een verzekeringspasje, mevrouw?” vraagt een uiterst vriendelijke zuster. Die heb ik vast, maar ik kan alles alleen nog maar op de tast vinden. Geen idee of ik haar een bankpas, een tankpas, kortingskaart of toch een verzekeringspasje overhandig.

Ik was snel aan de beurt. De jongen met dikke dichtgeslagen ogen liep (volgens mij iets te snel met zulk weinig zicht) net de behandelkamer uit. Een hartelijk klinkende dokter begroet mij en vraagt me om hem te volgen. Tja. “Niet zo hard, ik ben u kwijt!” Zeker in een oogziekenhuis zou je verwachten dat ze gewend zijn aan slechtzienden. Als ik de behandelstoel eindelijk gevonden heb en zo gracieus mogelijk struikel over een kabel redt de dokter mij. Met verdovende druppels. Zalig. De pijn trekt langzaam weg ik kan mijn oog weer openhouden, althans zo voelt het.

Hij klapt mijn oogleden om (ja, dat leest u goed) en haalt vier ellendige stukjes lens uit mijn met kleurvloeistof ingespoten oog. Het negeren van een ontwijkreflex is overigens best een klus wanneer er ondefinieerbare langwerpige objecten je oog dreigen te penetreren. Maar voor deze dokter steek ik graag nog een paar pennen in mijn oog. Wat een lieverd was dat. Na het inspuiten van een beetje zalf – en ik daarom weer mijn oog niet open krijg – wil ik perse nog even naar het feest. Vaderlief is zo aardig om mij even af te zetten.

Er is taart. Dat heb ik wel verdiend. Ik krijg met wat geëmmer een vork vol slagroom, cake en chocola mijn richting op. En steek deze vakkundig in mijn wang. Diepte zie ik later weer, volgens de dokter.

Reacties

  1. Sander schreef:

    Hoi Corine,

    Herkenbaar verhaal! Ik wil je niet heel bang maken, maar contactlenzen zijn ook niet altijd de oplossing: http://nos.nl/artikel/2037995-steeds-meer-ooginfecties-door-vieze-zachte-lenzen.html

    Laat je ogen maar laseren, veel effectiever voor feesten en partijen. 😉

    Groetjes,

    De ogenmarketeer…

Comments are closed.