Go, Aboutaleb, go!

"Zijn heldenstatus verankerde Aboutaleb definitief toe hij kort geleden eigenhandig – na een wilde achtervolging nota bene - een winkeldief bij de lurven greep en hem tegen de grond Chuck Norriste.'

Lees artikel

Een brief aan Mark Rutte, van een ondernemer

Een open brief aan Mark Rutte. "Mark, we moeten praten. Koffie?"

Lees artikel

Verlossing

“Nu moet u niet ineens meer verstand gaan hebben van computers dan wij, hoor. Bovendien, u woont op het verkeerde adres. Ja, u woont een paar meter te ver weg. Drie meter, om precies te zijn."

Lees artikel

Faaljagerij

"Paarden kan je kennelijk aan een fietsenstalling binden. Ik ging, nog immer in de waxcoat van dat meisje gevouwen, mee naar binnen. Paard aan het fietsenrek."

Lees artikel

Galopperen in een Ford Mustang

"De Ford Mustang is uiteindelijk vooral een uiterst curieus versierde peniskoker (nooit vragen naar de inhoud). Of in elk geval vind ik dat van het model dat ik een dikke week lang mocht testen."

Lees artikel

Wat Opa zegt is waar…

"Opa werd makkelijk 160. En wat Opa zegt is waar."

Lees artikel

Stil

"De vitrines laten koffers zien, potten, brillen, scheerkwasten, bidtapijten, zelfs kunstbenen en de vreselijke verzameling haar. En kinderschoentjes. Kinderschoentjes." - Een bezoek aan Auschwitz

Lees artikel

Artikel

Beste vrienden op maandagmorgen

Net toen ik zowaar trots begon te worden op de Politie Rotterdam-Rijnmond – omdat volgens hen het verhogen van verkeersboetes niet bijdraagt aan de verkeersveiligheid maar vooral de staatskas verder spekt – rijd ik op de eerste officiële werkdag na het formeel verhogen van deze boetes regelrecht in een fuik. Van de Politie. Ja, ook nog van district Rotterdam-Rijnmond.

Ingrediënten: 1 oude bordeauxrode Jetta (!) die vlak na een bocht op een fietspad staat, 2 passagiers in uniform, 1 lasergun, 1 vrijwel lege en volkomen overzichtelijke weg, 2 andere agenten die een paar honderd meter verderop automobilisten staande houden. Het recept voor een bijzonder onaangename maandagmorgen.

Nog nooit heb ik moeilijk gedaan over het feit dat ik op de bon geslingerd word wanneer ik te hard rijd. Terecht. Punt. Maar waar ik slecht tegen kan zijn ego’s die mij de les gaan lezen. Dat gaat dan als volgt:

‘Ik gooi u even aan de kant mevrouw’. Ik kijk niet alleen vanwege zijn woordkeuze enigszins verbaasd. Dat ik staande gehouden werd was mij al vrij snel duidelijk. Er staat namelijk een klein net iets te corpulent agentje – ik schat een jaar of 25 – met een hand omhoog midden op de rijbaan wijzend naar links (mijn rechts). Bovendien had ik al een rij wachtenden voor mij. Zo veel was dus duidelijk. ‘Gooi?’ herhaal ik vragend. ‘Nou ja, ik moet er toch een draai aangeven’. Goed. Dan gaat hij verder; ‘Wilt u de motor even uitzetten en aansluiten achter de wagen voor u’. ‘In die volgorde?’ vraag ik nog en geef hem een voorzichtige knipoog. Hij kijkt direct gepikeerd. ‘U begrijpt wat ik bedoel, mevrouw’. Ik rijd maar een stukje op.

Omdat iedereen – op een incidenteel 45 km wagentje na – op de betreffende weg te hard rijdt, wordt het nog druk. De bonnenschrijvers hebben zich een kleine onverharde doodlopende zijweg toebedeeld om de processen verbaal op te maken. Ware verkeersstrategen zijn het. Het zijstraatje is nauwelijks breed genoeg om te kunnen keren. Zo creëren we tenminste een opstopping van jewelste en de reeds beboette automobilist kan er niet meer uit.

Agent: ‘U reed te hard, mevrouw’.
Ik: Ja, dat weet ik. Het gebeurt wel vaker. Ik stel voor dat u mij een boete geeft’.
Agent: ‘Maakt u zich geen zorgen, dat doe ik ook’.
Ik: ‘Gelukkig maar’.

De agent kijkt nors.

Agent: ‘Is dit uw eigen wagen?’
Ik: ‘Nee, hij staat op naam van de zaak, heeft u die gegevens nodig?’
Agent: ’Nee’ (op aangebrande toon). Ik geef hem terstond mijn privégegevens.
Ik: ‘Het is technisch weer heren, vindt u niet?’ Doelend op het mooie weer in combinatie met hun ijver.
Agent: ‘Wat voor weer?’
Ik: ‘Technisch weer. U weet wel. Het moment waarop buiten werken ineens aantrekkelijk wordt.’ Ik probeer zo diplomatiek mogelijk te verwoorden dat die term vooral bekend is onder harde werkers om de klassieke ambtenaar te duiden wanneer deze bij de eerste zonnestralen spontaan werk verzint om er buiten van te kunnen genieten.

De agent kijkt norser.

Ik:’ Meneer, zou u alstublieft ene klein beetje meer haast willen maken, het is maandagochtend en ik heb een berg werk liggen. De economie in stand houden en zo…’
Agent: ’Ik ga voor u niet opschieten mevrouw, ik doe mijn werk in mijn eigen tempo’.

De toon is gezet. Terwijl de rij staande gehouden wagens aanzwelt sla ik mijn ogen maar te hemel. Hoe meer ik zeg, hoe langer het duurt. Hierop voelt de agent zich geroepen om mij te wijzen op mijn onverschilligheid. Ik probeer nogmaals uit te leggen dat ik mij bewust ben van mijn fout, maar dat het zinloos is om daar langer bij stil te staan dan nodig. Letterlijk. Overigens begin ik na een aantal staandehoudingen in een te korte tijdspanne niet alleen ernstig te twijfelen aan mijn talent voor ongestraft de snelheidslimiet overschrijden, maar evenzeer aan de taalkundige capaciteiten van de heren en dames agenten. Met de meeste respect, maar is dyslexie een vereiste voor het vak? (Opstandigheid maakt zich van mij meester).

En dan gebeurt het.

Agent: ’Hebt u ook zo’n nonchalante houding wanneer er ineens een kind oversteekt?’

Belangrijk om te benadrukken in dit geval is het feit dat er op de gehele weg geen oversteekplaats te vinden is, alleen maar meters keurig gemaaid gras, brede rijbanen en vrijwel geen enkele mogelijkheid om zelfs maar het kleinste vogeltje over het hoofd te zien. In risicovolle omgevingen zal niemand bij snelheidsovertredend aantreffen. Integendeel.

Ik: ‘ Oh jee, we gaan op die toer. Meneer, als u het niet kan laten om mij zo belerend op de obligate wat-als-er-een-kind-oversteekt-kans te wijzen, kan ik de welhaast onbedwingbare behoefte niet onderdrukken om u te vragen wanneer u nou eindelijk eens boeven gaat vangen!’

Stilte.

‘Hier is uw bon mevrouw’.

Comments are closed.